Je spreekt niet in bevelen,
maar in ritmes.
In het stille akkoord
tussen wortel en regen.
Je draagt geen kleur —
je ademt ze.
Mist die van steen leert,
blad dat de zon herinnert,
water dat verhalen draagt
ouder dan namen.
Wij dachten dat de wereld iets was
om vast te houden,
te claimen,
te meten.
Maar jij vroeg ons
om te voelen.
Om te luisteren met onze voetzolen.
Om de wind toe te laten
ons te leren bewegen
zonder schade.
Om te herinneren
dat niets hier zwijgt —
niet de aarde,
niet de rivier,
niet het trillen
in onze eigen borst.
Wanneer we vertragen,
ontmoet je ons.
Wanneer we verzachten,
antwoord je.
Wij zijn niet los van jouw lichaam.
Wij zijn jouw adem,
die opnieuw leert
hoe te behoren.
Voor Gaia —
onze diepste moeder —
kiezen wij
voor zorg,
voor verwondering,
en voor een leven
geschilderd in levende kleuren
die niet vervagen.
In dankbaarheid,
Evelien


