“Wie denk jij wel dat je bent?”
zeiden de oevers tegen de Zee.
De oevers die zich herinnerden.
“Ik ben Zee.
Ik ben uitgestrekt, ruim,
zelfs lichtgevend, als ik dat zo mag zeggen,
ter ere van de Schepper zelf.”
En toen vroeg de Zee
aan de oevers:
“Wie denken jullie dat jullie zijn?”
“Wij komen voort
uit diezelfde Zee,
maar ergens
lijken we vergeten te zijn
hoe we haar moeten herinneren.
De Zee
die ons telkens opnieuw
naar huis brengt.”


