De oude aarde legt haar jas af,
versleten door keuzes van macht en blindheid.
Haar tranen zijn rivieren,
haar wonden zichtbaar in steen en lucht.
Maar achter de barsten gloeit een belofte.
Een aarde van fijnere stof,
waar adem weer vrij stroomt,
waar velden helder zingen.
Wij zijn de brug,
wij openen het kanaal.
Door ons loslaten, door onze liefde,
kan zij geboren worden.
Een Nieuwe Aarde —
niet ver weg, maar hier,
opgestaan uit het oude,
dragend het licht dat nooit vergaat.


