De Farewell Spit in Nieuw-Zeeland
ligt als een lange arm rond het water.
Een smalle strook land,
een boog die zich uitstrekt
alsof de aarde zelf zegt:
hier mag iets beschermd worden.
Niet opgesloten.
Niet afgesneden.
Beschermd.
Dat beeld bleef bij mij.
Omdat er momenten zijn
waarop wij hetzelfde moeten doen.
Niet harder worden.
Niet verdwijnen.
Niet vechten tegen alles wat ons raakt.
Maar wel een grens trekken
rond datgene in ons
wat niet langer overspoeld mag worden.
Soms denken we dat liefde betekent
dat we moeten blijven.
Blijven uitleggen.
Blijven proberen.
Blijven terugkeren naar dezelfde cirkel
in de hoop dat er deze keer
iets anders zal gebeuren.
Maar niet iedere cirkel is heilig
omdat hij oud is.
Sommige cirkels bestaan
alleen omdat niemand ooit uitstapte.
En soms begint heelheid
precies daar:
bij degene die zegt,
hier stopt het voor mij.
Niet uit wraak.
Niet om iemand pijn te doen.
Maar omdat een patroon alleen werkelijk kan sterven
wanneer het geen voeding meer krijgt.
Dat vraagt soms stilte.
Afstand.
Een periode waarin we niet opnieuw
in dezelfde gesprekken, rollen, spanningen
of onuitgesproken verwachtingen stappen.
Niet omdat we niets meer voelen.
Maar omdat we eindelijk voelen
wat iets ons werkelijk kost.
Farewell Spit voelt voor mij daarom
niet als een muur.
Een muur zegt:
jij mag er niet zijn.
Een beschermende boog zegt:
dit is waar ik zorg draag
voor wat binnenin leeft.
Dat is iets anders.
Grenzen hoeven niet koud te zijn.
Ze kunnen zacht zijn.
Ze kunnen zelfs liefdevol zijn.
Maar liefdevol betekent niet grenzeloos.
Want wanneer we voortdurend aanwezig blijven
op plaatsen waar we onszelf moeten verlaten,
wordt verbondenheid langzaam zelfverlies.
En dat is geen liefde.
Misschien is afscheid soms precies dit:
niet iemand uit ons hart verwijderen,
maar wel uit een vorm stappen
waarin onze eigen heelheid
niet langer kan ademen.
Zoals de zee
door land wordt omarmd
zonder haar beweging te verliezen.
Zoals een arm
niet knijpt,
maar bewaakt.
Zoals stilte
niet leeg hoeft te zijn,
maar een ruimte kan worden
waarin oude patronen
eindelijk geen echo meer krijgen.
En misschien ontdekken we daar:
dat afscheid niet altijd
het einde van liefde is.
Soms is het alleen
het einde van onze deelname
aan wat geen liefde meer draagt.
Farewell.
Niet vanuit haat.
Niet vanuit verharding.
Maar vanuit helderheid.
Met een zachte boog
rond het eigen water.
Met eerbied.
Evelien Ari’Elune


