Wanneer we onze waarden aan geld geven

Ik ben een tijd stil geweest.
Niet omdat ik niet meer zag wat er gebeurde.
Niet omdat ik niets meer voelde.
Maar omdat sommige periodes in het leven minder woorden vragen.
Wanneer ziekte een familie binnenkomt, verschuift alles.
Wat dringend leek, wordt kleiner.
Wat belangrijk leek, krijgt een andere plaats.
Je luistert anders.
Je kijkt anders.
Je herinnert je opnieuw dat een mensenleven niet kan worden herleid tot productiviteit, bezit, status of cijfers.
Misschien is dat precies waarom sommige dingen dan nog moeilijker worden om te negeren.
Want zodra je dicht bij kwetsbaarheid hebt gestaan, wordt het bijna ondraaglijk om te zien hoe de wereld mensen blijft meten met systemen die vergeten zijn wat een mens eigenlijk is.

Geld was ooit een middel.
Een manier om uit te wisselen.
Om dingen mogelijk te maken.
Om beweging tussen mensen te organiseren.
Maar ergens onderweg werd het een maatstaf.
Een maatstaf voor succes.
Voor veiligheid.
Voor aanzien.
Voor belang.
Soms zelfs voor waardigheid.
En daar begint iets te breken.
Wanneer we onze waarden aan geld geven, vergeten we hoe we onszelf moeten waarderen.
We beginnen prijs te verwarren met waarde.
Een huis wordt een investering vóór het een thuis wordt.
Werk wordt inkomen vóór het bijdrage wordt.
Zorg wordt een kost.
Tijd wordt productiviteit.
Onderwijs wordt rendement.
Natuur wordt grondwaarde.
Kunst wordt verkoopbaarheid.
En uiteindelijk vraagt een mens niet langer:
Wie ben ik?
maar:
Wat ben ik waard?
Dat wordt gevaarlijk wanneer het antwoord uit een cijfer moet komen.
Want cijfers kunnen veel meten.
Inkomen.
Schuld.
Groei.
Verlies.
Bezittingen.
Uren.
Winst.

Maar ze kunnen geen tederheid meten.
Ze meten niet de hand die op iemands schouder blijft wanneer er niets te winnen valt.
Ze meten niet hoeveel moed het kost om opnieuw te beginnen.
Ze meten geen ouderliefde.
Geen vertrouwen van een kind.
Geen vergeving.
Geen leven dat jarenlang voor een ander zorgt zonder daar iets voor terug te krijgen.
Ze meten geen integriteit.
En toch leven we steeds vaker alsof wat niet meetbaar is ook minder waardevol is.
Misschien is dat één van de grootste vergissingen van onze tijd.
We spreken voortdurend over economische groei terwijl mensen uitgeput raken.
We vieren efficiëntie terwijl zorg steeds sneller moet.
We verhogen de waarde van woningen terwijl steeds minder mensen zich een thuis kunnen veroorloven.
We bouwen systemen die rijker worden terwijl mensen armer worden aan tijd, rust, verbinding, veiligheid en betekenis.
En dan noemen we dat vooruitgang.

Misschien moeten we daarom een veel eenvoudigere vraag stellen:
Vooruitgang naar wat?
Als een systeem groeit terwijl de mens erin kleiner wordt, is dat dan nog vooruitgang?
Als we meer bezitten maar angstiger, eenzamer en afhankelijker worden van bewijs dat we iets waard zijn, wat hebben we dan werkelijk gewonnen?
Dit is geen pleidooi tegen geld.
Geld doet ertoe.
Het kan vrijheid geven.
Bescherming bieden.
Iets opbouwen.
Mensen ruimte geven om te rusten, genezen, leren en creëren.
Maar geld wordt gevaarlijk wanneer het uit onze handen verhuist naar onze identiteit.
Wanneer meer hebben begint te betekenen dat je méér bent.
Wanneer minder hebben begint te voelen alsof je minder bént.
Wanneer we ons gevoel van eigenwaarde lenen van een financieel systeem dat nooit ontworpen werd om ons te vertellen wie we zijn.
Misschien is het echte werk dus niet om geld af te wijzen.
Maar om het opnieuw op zijn plaats te zetten.
Om geld het leven te laten dienen, in plaats van het leven geld te laten dienen.
Om te herinneren dat de economie iets is wat mensen hebben gecreëerd.
Mensen zijn niet gecreëerd voor de economie.
Waarde bestond al vóór munt bestond.
Een zaadje had waarde.
Water had waarde.
Onderdak had waarde.
Gemeenschap had waarde.
Een mens had waarde.
Lang voordat iemand er een prijs op plakte.
Misschien moeten we eerst opnieuw mens worden voordat we rijker proberen te worden.
Aan tafel zitten zonder het nut ervan te berekenen.
Zorgen zonder te vragen wat het oplevert.
Iets maken omdat het mooi is.
Naast iemand blijven omdat die persoon niet alleen hoeft te lopen.
Genoeg durven kiezen.
Een leven als geslaagd durven zien, ook wanneer het van buitenaf niet indrukwekkend oogt.
En misschien vooral:
stoppen met onze waarde uit handen te geven.
Want zodra we geld laten bepalen hoeveel wij waard zijn, geven we iets heiligs aan een systeem dat het nooit werkelijk kan dragen.

Dus vergeet het geld eens even.
Niet voorgoed.
Gewoon lang genoeg om te herinneren.
Wat waardeer je wanneer niemand je ervoor betaalt?
Wie ben je wanneer niets wordt gemeten?
Wat blijft er over wanneer de cijfers verdwijnen?
Misschien begint het daar opnieuw.
Niet bij meer.
Maar bij betekenis.
Niet bij prijs.
Maar bij waarde.
Niet bij wat we bezitten.
Maar bij wat we weigeren kwijt te raken.
Onze menselijkheid.

Evelien Ari’Elune

Lemurië

Voor er een verhaal was, was er water. Voor ik mij mijn naam herinnerde, herinnerde ik mij de beweging. De

Adem in >

Schuld of spiegel?

De familiedraak Soms maakt een situatie iets zichtbaar dat al veel langer vroeg om gezien te worden. Een late reactie.

Adem in >

Farewell Spit

De Farewell Spit in Nieuw-Zeeland ligt als een lange arm rond het water. Een smalle strook land, een boog die

Adem in >

NAMASTE–
klik hieronder om jouw plek te boeken

Contact

Vul het onderstaande formulier in en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.

Contact
Reden van contact