Er is een stem in jou.
Geen luide. Geen dringende.
Maar één die je al hoort sinds je nog niet eens kon spreken.
Ze roept niet met woorden,
ze trekt aan je aandacht door het herhalen van patronen,
door mensen die opduiken met dezelfde vragen,
door dromen die weigeren te verdwijnen.
Soms noemen we het toeval.
Soms noemen we het verwarring.
Maar wat als het een roep is?
Een zachte uitnodiging om te herinneren
waarom je hier bent.
Wat je kwam brengen.
Wat jij — en alleen jij — kunt helen, bouwen, doorgeven of doen.
De Roeper wacht niet.
Ze beweegt zich in cirkels tot jij besluit stil te staan.
Niet om je leven om te gooien.
Maar om het weer te bewonen.
Jouw missie is niet iets dat je moet zoeken.
Ze is iets wat wil worden herinnerd.


