Wat we vandaag zien,
is niet zomaar de opkomst van het vrouwelijke,
maar het gevolg van een langdurige disbalans.
Generaties lang werd van vele vrouwen gevraagd
om te dragen, te verzachten, te organiseren en vast te houden
wat het mannelijke nog niet geleerd had
in zichzelf te dragen.
Ze waren zorgdragers,
niet alleen voor kinderen,
maar vaak ook voor mannen
die nooit geleerd hadden
hoe ze hun eigen emotionele wereld konden ontmoeten.
En nu,
nu het vrouwelijke opnieuw opstaat,
zit er soms ook pijn in die beweging.
Soms zelfs boosheid.
Niet omdat het vrouwelijke verkeerd is,
maar omdat wat lang onderdrukt werd
niet altijd zacht terugkeert.
Toch ontstaat echte heling
niet door overheersing.
Het vrouwelijke hoeft
het mannelijke niet te verslaan
om vrij te zijn.
En het mannelijke hoeft
het vrouwelijke niet te domineren
om sterk te zijn.
Misschien ligt de diepere uitnodiging vandaag
niet in wraak,
maar in herstel.
Niet in een strijd
tussen vrouwelijk en mannelijk,
maar in een terugkeer
naar heilig evenwicht.
Waar het vrouwelijke mag verzachten
zonder gebruikt te worden.
En het mannelijke mag oprijzen
zonder te moeten controleren.
Waar aanwezigheid
macht vervangt,
en liefde opnieuw
een veld wordt
waarin beiden
kunnen ademen.


