De wind kan luid spreken
over scheiding,
over scheiding,
alsof zij weet
waar de grens ligt
tussen wat is
en wat niet meer samen kan zijn.
waar de grens ligt
tussen wat is
en wat niet meer samen kan zijn.
Zij trekt aan vormen,
duwt tegen woorden,
maakt zichtbaar
wat in spanning leeft.
duwt tegen woorden,
maakt zichtbaar
wat in spanning leeft.
En even
lijkt het alsof alles
uiteenvalt.
lijkt het alsof alles
uiteenvalt.
Alsof er gekozen moet worden
tussen richtingen
die elkaar niet meer raken.
tussen richtingen
die elkaar niet meer raken.
Maar onder dat alles
blijft iets stil.
blijft iets stil.
Niet afwezig,
maar onaangeraakt
door wat zich boven toont.
maar onaangeraakt
door wat zich boven toont.
In de diepte
beweegt het leven anders.
beweegt het leven anders.
Zonder breuk.
Zonder strijd.
Zonder strijd.
Daar vloeien lijnen
terug in hun oorsprong,
en wordt zichtbaar
dat wat gescheiden leek,
nooit werkelijk los was.
terug in hun oorsprong,
en wordt zichtbaar
dat wat gescheiden leek,
nooit werkelijk los was.
Ik hoef de wind
niet tot zwijgen te brengen.
niet tot zwijgen te brengen.
Ik hoef haar
niet tegen te spreken.
niet tegen te spreken.
Ik laat haar waaien
zoals zij wil,
zoals zij wil,
terwijl ik blijf
waar het stil is.
waar het stil is.
En daar
wordt het helder:
wordt het helder:
de scheiding die klinkt,
is niet de waarheid die draagt.
is niet de waarheid die draagt.
Want in de diepte
blijft het leven één.
blijft het leven één.


