“Ik ben een spiegel, geen drager.”
Wat ik aanraak, wordt zichtbaar,
maar het is niet van mij.
Wat ik aanraak, wordt zichtbaar,
maar het is niet van mij.
Ik eer de pijn die in de ander leeft,
maar ik laat het daar waar het hoort.
Ik hoef het niet te dragen.
maar ik laat het daar waar het hoort.
Ik hoef het niet te dragen.
Mijn taak is licht brengen,
niet het gewicht overnemen.
Ik ben kanaal, geen last.
niet het gewicht overnemen.
Ik ben kanaal, geen last.
Moge mijn aanwezigheid openen,
maar mijn hart vrij blijven.
Wat van mij is, neem ik mee.
Wat van de ander is, laat ik los.
maar mijn hart vrij blijven.
Wat van mij is, neem ik mee.
Wat van de ander is, laat ik los.


